Conflict over de verplichte nascholing in de advocatuur en de kostenverdeling

Portret van Marloes van der Hoeven, MfN-gecertificeerd Mediator
Marloes van der Hoeven
MfN-gecertificeerd Mediator
Arbeidsmediation & Zakelijke Conflicten · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Stel je voor: je bent advocaat-net-afgestudeerd, vol ambitie, en dan krijg je te horen dat je verplichte nascholing – de Beroepsopleiding Advocatuur – wel €13.500 kost. En dat je werkgever vervolgens probeert die kosten via een studiekostenbeding op jou af te schuiven.

Dat is precies het conflict dat onlangs bij de Hoge Raad lag.

Goed nieuws: die constructie blijkt in de meeste gevallen nietig. De Hoge Raad heeft eind 2025 duidelijk stelling genomen: de kosten voor verplichte beroepsopleiding horen thuis bij de werkgever. In dit stuk lees je wat er speelt, wat de juridische consequenties zijn, en hoe je als werkgever of werknemer hier praktisch mee omgaat.

Hoge Raad: studiekosten Beroepsopleiding Advocatuur voor rekening werkgever

De Hoge Raad besliste op 26 september 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1386) dat een studiekostenbeding voor de Beroepsopleiding Advocatuur nietig is. De reden? Die opleiding is wettelijk verplicht om je beroep uit te mogen uitoefenen. Volgens artikel 7:611a lid 2 BW moet scholing die voortvloeit uit Unierecht, nationaal recht of een CAO kosteloos worden aangeboden.

En in lid 4 staat dat een beding dat deze kosten op de werknemer wil verhalen, nietig is.

Feiten en procesverloop

Kortom: de rekening gaat naar de werkgever. De Hoge Raad volgt daarmee de conclusie van advocaat-generaal Drijber.

Die oordeelde dat een studiekostenbeding voor verplichte scholing niet standhoudt, tenzij de werknemer duidelijk niet wordt ingezet voor de taken waar de opleiding op is gericht. In de praktijk van de advocatuur is dat nauwelijks voor te stellen. Je bent immers aangenomen om als advocaat te werken, en die opleiding is onmisbaar voor dat vak.

De zaak draaide om een veelgebruikte constructie: een advocatenkantoor dat een junior advocaat naast het dienstverband de Beroepsopleiding Advocatuur liet volgen, met een studiekostenbeding.

Rechtspraak en adviezen

Daarin stond dat de opleidingskosten verrekend of verhaald zouden worden als de werknemer binnen een bepaalde termijn zou vertrekken. De werknemer stapte naar de rechter, met steun van de NOvA die prejudiciële vragen had voorgelegd. Het Hof Den Haag legde die vragen voor aan de Hoge Raad. De Hoge Raad beantwoordde de vragen helder: scholing die wettelijk verplicht is, valt onder de kosteloosheidsplicht van artikel 7:611a BW.

Een beding dat de kosten wil verhalen of verrekenen, is nietig. Dat betekent dat de werkgever de volledige opleidingskosten moet dragen, inclusief de kosten voor het behalen van de benodigde opleidingspunten voor de permanente opleiding.

De Hoge Raad verwijst naar de Richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden en de Nederlandse implementatie in artikel 7:611a BW.

De kern is simpel: als de wet of CAO scholing voorschrijft, mag die niet worden afgewenteld op de werknemer. De NOvA had al langer geadviseerd om dergelijke bedingen te mijden, en deze uitspraak bevestigt dat volledig. Voor werkgevers betekent dit: check je contracten.

Kosten en financiële impact

Staat er een studiekostenbeding voor verplichte opleidingen? Dan is dat in strijd met de wet en nietig. Voor werknemers: je hoeft een dergelijk beding niet te accepteren en kunt je werkgever aanspreken op de wettelijke verplichting tot kosteloze scholing.

De Beroepsopleiding Advocatuur kost circa €13.500 exclusief btw. Dat is een flinke investering, maar volgens de Hoge Raad dus voor rekening van de werkgever.

Tel daarbij de kosten voor de permanente opleiding en het bijhouden van opleidingspunten, en het totaalbedrag loopt nog verder op. Voor een werkgever betekent dit dat de personeelskosten voor junioren tijdelijk hoger uitvallen, maar dat dit onderdeel is van het wettelijk kader.

Voor werknemers verandert er weinig: je krijgt de opleiding kosteloos, tenzij je zonder gegronde redenen voortijdig vertrekt. In dat geval mag de werkgever geen kosten verhalen, maar mag hij wel eisen dat je de opleiding afrondt of dat je de trainingen daadwerkelijk volgt. De praktijk leert dat een goede werkgever dit soort randvoorwaarden helder regelt in de CAO of het personeelshandboek.

Wat dit betekent voor je contract en budget

Als werkgever is het zaak om je contracten en beleid aan te passen. Verwijder studiekostenbedingen die zien op verplichte scholing. Vervang ze door heldere afspraken over inzet, doorlooptijd en eventuele vergoedingen voor vrijwillige extra’s, of voorkom een conflict over de terugbetaling van een verhuisvergoeding.

Denk aan een regeling voor extra specialisatiecursussen die verder gaan dan de wettelijke eisen.

Voor werknemers: controleer je contract. Zit er een studiekostenbeding in dat ziet op je verplichte opleiding?

Dan is dat nietig. Je hoeft het niet te tekenen, en je kunt je werkgever wijzen op artikel 7:611a BW. Zorg dat je schriftelijk vastlegt dat de verplichte opleiding kosteloos is.

Kostenoverzicht: wat betaal je als werkgever of werknemer?

Om je een beeld te geven: hieronder vind je een indicatief overzicht van kosten voor de Beroepsopleiding Advocatuur en aanverwante scholing. Bedragen zijn exclusief btw en kunnen per instelling en regio iets verschillen.

Budgettier: basisopleiding, minimale ondersteuning

  • Beroepsopleiding Advocatuur (wettelijk verplicht): €12.500–€14.000
  • Lesmateriaal en examenkosten: €500–€1.000
  • Begeleiding/mentoring (minimaal): €500–€1.000
  • Totaal per junior (excl. btw): circa €13.500–€16.000

Middentier: standaardopleiding met extra ondersteuning

  • Beroepsopleiding Advocatuur: €13.000–€14.500
  • Lesmateriaal, examens en herkansingen: €800–€1.500
  • Mentoring en intervisie: €1.000–€2.000
  • Permanente opleiding (jaar 1–3, punten & trainingen): €1.500–€2.500
  • Totaal per junior (excl. btw): circa €16.300–€20.500

Premiumtier: intensieve begeleiding en specialisatie

  • Beroepsopleiding Advocatuur + extra modules: €14.000–€16.000
  • Lesmateriaal, examens en herkansingen: €1.000–€2.000
  • Coaching en maatwerkbegeleiding: €2.500–€4.000
  • Permanente opleiding (3 jaar, intensief): €3.000–€5.000
  • Totaal per junior (excl. btw): circa €20.500–€27.000

Total cost of ownership (TCO) over 1–3 jaar

  • Jaar 1: opleiding en start begeleiding → budget €13.5k–€16k, midden €16k–€20k, premium €20k–€27k
  • Jaar 2: permanente opleiding, trainingen, extra’s → budget €1k–€2k, midden €2k–€3k, premium €3k–€5k
  • Jaar 3: zelfde als jaar 2 → budget €1k–€2k, midden €2k–€3k, premium €3k–€5k
  • TCO 3 jaar: budget €15k–€20k, midden €20k–€26k, premium €26k–€37k

Vergijken we budget en premium, dan loopt het verschil op tot zo’n €10k–€15k over drie jaar.

Dat zit ‘m vooral in intensievere begeleiding en extra modules. Voor een werkgever die snel productieve junioren wil, kan de investering in premium lonen. Voor een startende werknemer kan een budgettraject voldoende zijn.

Bespaartips zonder in te leveren op kwaliteit

  • Kies voor groepstrainingen en intervisie via de beroepsvereniging. Deelname in groepen verlaagt de kosten per persoon aanzienlijk.
  • Maak heldere afspraken over inzet en planning. Voorkom herkansingen door tijdige coaching en studieverlof.
  • Gebruik bestaande CAO-regelingen voor scholing en vergoedingen. Soms is er recht op een scholingsbudget of vergoeding via de werkgever.
  • Combineer verplichte opleiding met interne trainingen. Zo benut je de leerlijn efficiënter en voorkom je dubbele kosten.
  • Registreer en monitor opleidingspunten proactief. Voorkom dat extra kosten ontstaan door het inhalen van verlopen punten.

Praktische stappen voor werkgevers

Stap 1: inventariseer welke contracten studiekostenbedingen bevatten. Verwijder bedingen die zien op verplichte scholing.

Stap 2: leg vast dat verplichte opleiding kosteloos wordt aangeboden en dat de werkgever de kosten draagt. Stap 3: maak een scholingsplan met budgetten per tier en een TCO-begroting voor de eerste drie jaar. Stap 4: stem af met de NOvA/CAO en leg afspraken schriftelijk vast in een addendum of personeelshandboek.

Praktische stappen voor werknemers

Stap 1: check je contract op studiekostenbedingen en vraag je werkgever om een correctie. Stap 2: vraag schriftelijke bevestiging dat de verplichte opleiding kosteloos is.

Stap 3: houd je opleidingspunten bij en plan trainingen tijdig in. Stap 4: bij twijfel of conflicten, schakel een MfN-gecertificeerd mediator in of kies voor mediation bij een arbeidsconflict in de advocatuur.

Let op: dit artikel is informatief en geen juridisch advies. Raadpleeg altijd een MfN-gecertificeerd mediator of juridisch adviseur voor je specifieke situatie.

Veelgestelde vragen

Is een studiekostenbeding voor verplichte scholing altijd nietig?
Ja, volgens artikel 7:611a lid 4 BW. De Hoge Raad bevestigt dit voor de Beroepsopleiding Advocatuur.

Mag de werkgever kosten verhalen als ik voortijdig vertrek?
Niet voor verplichte scholing. Alleen bij duidelijke misbruikscenarios of als je niet wordt ingezet voor de geleerde vaardigheden, is een uitzonderding denkbaar. Wat kost de Beroepsopleiding Advocatuur?
Circa €13.500 excl. btw, afhankelijk van instelling en extra modules.

De werkgever draagt deze kosten. Hoe weet ik of mijn mediator of jurist betrouwbaar is?
Kies voor MfN-geregistreerde mediators.

Vraag naar ervaring met arbeidsmediation en bekijk reviews. Twijfel je over je rechten bij een nulurencontract of scholingsregeling? Neem contact op met een MfN-gecertificeerd mediator of juridisch adviseur. Zij helpen je met een oplossing die past bij jouw situatie.

Portret van Marloes van der Hoeven, MfN-gecertificeerd Mediator
Over Marloes van der Hoeven

Marloes is gecertificeerd mediator (MfN-register) met 14 jaar ervaring in echtscheiding, arbeids- en familiemediatie. Ze behandelt gemiddeld 60 zaken per jaar en schrijft toegankelijk over het mediationproces.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Arbeidsmediation & Zakelijke Conflicten
Ga naar overzicht →