Pensioenvereuning voor de dga: Eigen beheer versus commerciële afstorting
Stel je voor: je zit midden in een scheiding en je man of vrouw is directeur-grootaandeelhouder (dga) van een BV.
Het pensioen zit in eigen beheer. Hoe verdeel je dat eerlijk? De Hoge Raad heeft beslist: afstorten bij een commerciële verzekeraar is het uitgangspunt.
Zo wordt jouw ex-partner financieel onafhankelijk van de BV. Maar hoe werkt dat in de praktijk?
Wat zijn de valkuilen? En wat als de BV niet genoeg geld heeft? We duiken erin.
De verdeling van het pensioen in eigen beheer afstorten
Per 1 juli 2017 is het opbouwen van nieuw pensioen in eigen beheer niet meer mogelijk.
Toch zitten veel ondernemers nog met een bestaande pensioenverplichting in hun BV. Bij een scheiding moet dit pensioen worden verdeeld. De Hoge Raad heeft bepaald dat afstorten bij een externe uitvoerder (een verzekeraar of premiepensioeninstelling) de norm is. Waarom? Omdat de ex-partner dan niet meer afhankelijk is van de financiële gezondheid van de BV.
De BV blijft dan immers verantwoordelijk voor de uitkering. Bij afstorting draagt de verzekeraar het risico.
Het afstorten gebeurt op basis van de commerciële waarde van het pensioen.
Dat is een cruciaal punt. Veel dga's kijken alleen naar de fiscale waarde, maar die is vaak veel lager. De commerciële waarde kan wel drie keer zo hoog zijn.
Bij verdeling moet je dus rekening houden met dit verschil. Is er onvoldoende liquide middelen in de BV?
Dan wordt het tekort evenredig tussen jou en je ex-partner gedeeld. Dit kan flink in de papieren lopen, dus tijdig plannen is essentieel.
Pensioen in eigen beheer 2025: Uw gids met praktische tips en tools
De Wet uitfasering pensioen in eigen beheer (Wet UPE) kent een overgangsregeling. Tot 1 januari 2020 kon een dga het opgebouwde pensioen afkopen of omzetten in een oudedagsverplichting (ODV).
In 2020 hadden nog ruim 60.000 dga’s dit niet gedaan. Voor deze groep blijft de verplichting bestaan, tot aan de pensioendatum. Bij een scheiding speelt deze verplichting direct mee.
De fiscale rekengrondslag voor de pensioenverplichting verplicht een rente van 4%. Dit beïnvloedt de hoogte van de verplichting en dus de afstortingswaarde.
Een actuariële pensioenberekening is onmisbaar. Deze geeft de reële waarde van het pensioen. De kosten hiervoor zijn verrassend laag: vanaf €99,- excl. 21% btw. Een kleine investering die grote fiscale problemen kan voorkomen.
Zonder deze berekening loop je het risico dat de Belastingdienst de volledige commerciële waarde belast, plus een revisierente van 20%. Een duur grapje. Regel dit dus altijd op tijd.
Wat moet u altijd doen?
Om fouten te voorkomen, zijn er een aantal harde actiepunten. Ten eerste: zorg voor een juiste actuariële pensioenwaardering.
Dit is de basis voor een eerlijke verdeling. Ten tweede: controleer of de overeengekomen indexatie jaarlijks correct wordt toegepast.
De Belastingdienst ziet het negeren van indexatieverplichtingen als afzien van pensioen. Dat kan leiden tot onverwachte fiscale heffingen. Ten derde: vraag je partner (of gewezen partner) expliciet om schriftelijke instemming bij afstempeling.
Een scheiding is al complex genoeg. Zorg dat het pensioen op orde is, anders kom je later voor vervelende verrassingen te staan.
Zonder handtekening is de afstorting niet rechtsgeldig. De Belastingdienst stuurt het formulier dan gewoon terug. Controleer ook of de partnergegevens in de pensioenadministratie nog kloppen. Denk aan naam, geboortedatum en BSN.
Een verouderde administratie kan de afstorting vertragen of zelfs blokkeren. Tot slot: onderzoek of benodigde liquide middelen elders kunnen worden verkregen voordat afstorting wordt geweigerd.
Soms is er meer mogelijk dan je denkt, bijvoorbeeld via een lening of herstructurering.
Voorkom dit soort fiscale sancties en zorg voor een juiste actuariële pensioenwaardering
De Belastingdienst is streng op het gebied van de fiscale gevolgen van pensioenafkoop.
Een veelgemaakte fout is het niet actuariel waarderen van de pensioenverplichting. Dit leidt tot een belastingheffing over de volledige commerciële waarde, plus 20% revisierente. Stel: de commerciële waarde is €300.000, maar je hebt alleen de fiscale waarde van €100.000 meegenomen. De Belastingdienst kan alsnog €300.000 belasten, met een extra rekening van €60.000 aan revisierente. Een nachtmerrie.
Een andere valkuil is het niet schriftelijk laten instemmen van de partner met afstempeling. De Belastingdienst eist een handtekening.
Zonder deze is de afstorting ongeldig. Je ex-partner kan later alsnog aanspraak maken op het pensioen, wat leidt tot conflicten en juridische procedures.
Ook het negeren van indexatieverplichtingen is een risico. De Belastingdienst ziet dit als een afzien van pensioen, wat fiscale gevolgen kan hebben. Wees hier scherp op.
Welke aandachtspunten zijn er nog meer?
Naast de basisacties zijn er extra aandachtspunten. Ten eerste: bij onvoldoende liquide middelen in de BV wordt het tekort evenredig tussen ex-partners gedeeld. Dit betekent dat jij mogelijk ook moet bijdragen, zelfs als je geen dga bent.
Bespreek dit tijdens de mediation. Ten tweede: overweeg het oprichten van een eigen BV door de ex-partner als afstorting bij een externe uitvoerder niet lukt, zeker als u de executoriale titel van de beschikking voor alimentatie wilt waarborgen.
Dit is een complexe constructie, maar soms de enige optie om de pensioenverplichting over te nemen. Houd bij de berekening ook rekening met het effect van een studieschuld op de draagkracht. Een ander punt is de keuze voor een uitvoerder.
Vergelijk offertes van verzekeraars en premiepensioeninstellingen. De commerciële waarde kan per uitvoerder verschillen. Laat je hierbij adviseren door een financieel adviseur of een MfN-gecertificeerd mediator met pensioenkennis.
Tot slot: houd rekening met de doorlooptijd. Het afstorten van pensioen kan enkele maanden duren.
Start op tijd, zodat de scheiding niet wordt vertraagd.
Passende compensatie
Het doel van afstorting is financiële onafhankelijkheid voor de ex-partner. Maar wat als afstorting niet lukt?
Dan is passende compensatie nodig. Dit kan bijvoorbeeld door een hoger aandeel in de woning of een extra uitkering.
Bespreek dit in de mediation. Een mediator kan helpen om tot een eerlijke oplossing te komen. De kosten voor mediation variëren: een uur tarief ligt tussen €120 en €200.
Een traject kost gemiddeld €1.500 tot €3.000, afhankelijk van de complexiteit. Let op: dit artikel is informatief en geen juridisch advies. Raadpleeg altijd een MfN-gecertificeerd mediator of juridisch adviseur voor jouw specifieke situatie. Mediationuitkomsten zijn afhankelijk van individuele omstandigheden.
Kies voor een mediator die is aangesloten bij het MfN-register, het kwaliteitskeurmerk voor mediators.
Vergoedingen zijn soms mogelijk via de Raad voor Rechtsbijstand, je werkgever of een verzekering. Vraag hier naar.
